En wij hebben het aanschouwd, en getuigen, dat
de Vader Zijn Zoon gezonden heeft tot een Zaligmaker der wereld.
1 John 4:14 Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich
komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld
wegneemt!
John 1:29 Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus
voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren. Veel meer dan,
zijnde nu gerechtvaardigd door Zijn bloed, zullen wij door Hem
behouden worden van den toorn.
Romeinen 5:8-9 Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de
genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen
Heere.
Romeinen 6:23 Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij
zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid
Gods in Hem.
2 Corinthians 5:21 Als die dit oordelen, dat, indien Een voor
allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn. En Hij is voor
allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer zichzelven
zouden leven, maar Dien, Die voor hen gestorven en opgewekt is.
2 Corinthians 5:15 Maar Deze, een slachtoffer voor de zonden
geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechter hand
Gods;
Hebreeërs 10:12 Noch door het bloed der bokken en kalveren, maar
door Zijn eigen bloed, eenmaal ingegaan in het heiligdom, een
eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende.
Hebreeërs 9:12 Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar
heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem
niet alle dingen schenken?
Romeinen 8:32 Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en
der mensen, de Mens Christus Jezus; Die Zichzelven gegeven heeft
tot een rantsoen voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd;
1 Timoteegras 2:5-6 Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen
heeft op het hout; opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der
gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt.
1 Peter 2:24 In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed,
namelijk de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner
genade,
Ephesians 1:7 Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad
hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad, en Zijn Zoon gezonden
heeft tot een verzoening voor onze zonden.
1 John 4:10 En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet
alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.
1 John 2:2 Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld,
opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door
Hem zou behouden worden. Die in Hem gelooft, wordt niet
veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl
hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.
John 3:17-18
Het loon der nederigheid, met de vreze des
HEEREN, is rijkdom, en eer, en leven.
Gezegden 22:4 Die den arme verdrukt, om het zijne te
vermeerderen, en den rijke geeft, komt zekerlijk tot gebrek.
Gezegden 22:16 Een dwaas zal de tucht zijns vaders versmaden;
maar die de bestraffing waarneemt, zal kloekzinniglijk handelen.
Psalmen 15:5 Een bedrieger zal zijn jachtvang niet braden; maar
het kostelijk goed des mensen is des vlijtigen.
Gezegden 12:27 Zijt naarstig, om het aangezicht uwer schapen te
kennen; zet uw hart op de kudden. Want de schat is niet tot in
eeuwigheid; of zal de kroon van geslacht tot geslacht zijn?
Gezegden 27:23-24 Ook die zich slap aanstelt in zijn werk, die is
een broeder van een doorbrenger.
Gezegden 18:9
Gij vrouwen, weest aan uw eigen mannen
onderdanig, gelijk aan den Heere; Want de man is het hoofd der
vrouw, gelijk ook Christus het Hoofd der Gemeente is; en Hij is
de Behouder des lichaams. Daarom, gelijk de Gemeente aan Christus
onderdanig is, alzo ook de vrouwen aan haar eigen mannen in
alles. Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook
Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar
heeft overgegeven; Opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd
hebbende met het bad des waters door het Woord; Opdat Hij haar
Zichzelven heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek
of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn
en onberispelijk. Alzo zijn de mannen schuldig hun eigen vrouwen
lief te hebben, gelijk hun eigen lichamen. Die zijn eigen vrouw
liefheeft, die heeft zichzelven lief. Want niemand heeft ooit
zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt het, en onderhoudt het,
gelijkerwijs ook de Heere de Gemeente. Want wij zijn leden Zijns
lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen. Daarom zal een mens
zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en
zij twee zullen tot een vlees wezen. Deze verborgenheid is groot;
doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de Gemeente. Zo dan ook
gijlieden, elk in het bijzonder, een iegelijk hebbe zijn eigen
vrouw, alzo lief als zichzelven; en de vrouw zie, dat zij den man
vreze.
Ephesians 5:22-33 Desgelijks gij vrouwen, zijt uw eigenen mannen
onderdanig; opdat ook, zo enigen den Woorde ongehoorzaam zijn,
zij door den wandel der vrouwen zonder Woord mogen gewonnen
worden; Als zij zullen ingezien hebben uw kuisen wandel in vreze.
Welker versiersel zij, niet hetgeen uiterlijk is, bestaande in
het vlechten des haars, en omhangen van goud, of van klederen aan
te trekken; Maar de verborgen mens des harten, in het
onverderfelijk versiersel van een zachtmoedigen en stillen geest,
die kostelijk is voor God. Want alzo versierden zichzelven
eertijds ook de heilige vrouwen, die op God hoopten, en waren
haar eigen mannen onderdanig; Gelijk Sara aan Abraham gehoorzaam
is geweest, hem noemende heer, welker dochters gij geworden zijt,
als gij weldoet, en niet vreest voor enige verschrikking. Gij
mannen, insgelijks, woont bij haar met verstand, aan het
vrouwelijke vat, als het zwakste, eer gevende, als die ook
mede-erfgenamen der genade des levens met haar zijt; opdat uw
gebeden niet verhinderd worden. En eindelijk, zijt allen
eensgezind, medelijdend, de broeders liefhebbende, met innerlijke
barmhartigheid bewogen, vriendelijk; Vergeldt niet kwaad voor
kwaad, of schelden voor schelden, maar zegent daarentegen;
wetende, dat gij daartoe geroepen zijt, opdat gij zegening zoudt
beerven.
1 Peter 3:1-9 De man zal aan de vrouw de schuldige goedwilligheid
betalen; en desgelijks ook de vrouw aan den man. De vrouw heeft
de macht niet over haar eigen lichaam, maar de man; en desgelijks
ook de man heeft de macht niet over zijn eigen lichaam, maar de
vrouw. Onttrekt u elkander niet, tenzij dan met beider
toestemming voor een tijd, opdat gij u tot vasten en bidden moogt
verledigen; en komt wederom bijeen, opdat u de satan niet
verzoeke, omdat gij u niet kunt onthouden.
1 Corinthians 7:3-5
De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren;
de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet
lichtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen; Zij handelt niet
ongeschiktelijk, zij zoekt zichzelve niet, zij wordt niet
verbitterd, zij denkt geen kwaad; Zij verblijdt zich niet in de
ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid; Zij
bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle
dingen, zij verdraagt alle dingen. De liefde vergaat nimmermeer;
maar hetzij profetieen, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij
talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan
worden.
1 Corinthians 13:4-8
ad from host: